home | contact | zoek:  

Baanregels

 

  • Als er meerdere trainingen tegelijkertijd plaats vinden op de baan, het midden- en oefenveld, dan zijn de trainers verplicht met elkaar te overleggen over het gebruik van de baan en de velden daaromheen. Dit overleg vindt plaats voor aanvang van de training, bij voorkeur aan de hand van eerder verstrekte schema’s van trainingen.

 

  • De looptrainers willen per trainingsavond overleggen met 1 aanspreekpunt van de jeugdtrainers.

 

  • De groep, die een tempotraining op afstand doet ( bv. 400 meter lopen), heeft het meeste recht op gebruik van de binnenste lanen.

 

  • De trainer attendeert zijn of haar atleten op het afgesproken gebruik van de lanen en hij/ zij houdt daar toezicht op, zodat binnen de eigen lanen wordt gelopen.

 

  • Bij het in en uitlopen is de looprichting met de klok mee ( rechtsom).     De looprichting in de kerntraining is tegen de klok in ( linksom).

 

  • Bij alle werpnummers in de kooi is men verplicht de netten omhoog te doen. Na beeindigen worden de netten weer naar beneden gedaan. De trainer, die de werpnummers op het progamma heeft, ziet erop toe dat dit uitgevoerd wordt.

 

  • Na een training worden de gebruikte attributen door de trainer en de atleten van de betreffende groep netjes opgeruimd achter gelaten in het daarvoor bestemde materiaalhok of ze worden terug gelegd in het krachthonk.

 

  • Na gebruik van de hoogspringmatten worden deze op een degelijke manier weer afgedekt door de trainer.

 

  • Na gebruik van de (ver)springbakken het zand terugvegen in de bak.

 

  • Direct na het verlaten van de laatste atleet van de baan worden de baanverlichting door een trainer of assistent uit gedaan.

 

  • Mankementen, gebreken en vermissingen van, en tekortkomingen in de materialen moeten direct kenbaar worden gemaakt  aan de persoon van de materiaalcommissie ( SAAZ)