Nieuwe test spoort genetische valsspelers op
Steeds meer atleten proberen hun prestaties met gentherapie te verbeteren. Wetenschappers pakken die valsspelers aan met een effectieve test die vaststelt of iemand gentherapie heeft gevolgd of niet. Gentherapie is één van de meest recente ontwikkelingen waarbij sporters door de toediening van genetisch materiaal hun eigen DNA bijvoorbeeld bloedcellen aanmoedigt meer zuurstof mee te voeren of grotere spiercellen te kweken. Tot op heden was het moeilijk om vast te stellen of een atleet gebruik had gemaakt van gentherapie. Maar dat is aan het veranderen. Uit Amerikaans onderzoek blijkt dat apen die genetisch gemanipuleerd worden met het hormoon erytropoëtine – dat geeft het bloed een boost – een gewijzigde vorm daarvan in hun bloed houden. Die wetenschap is de basis voor een nieuwe test: eentje die de gewijzigde vorm opspoort.
Zowel het uithoudingsvermogen als de spiermassa kan door het inbrengen van bepaald genetisch materiaal worden verbeterd. Het probleem is echter dat de gentherapie niet zo goed werkt in mensen. Het is moeilijk op de goede plaats in te brengen en aan het werk te krijgen. Bovendien zijn er bijwerkingen. Experts waarschuwen zelfs dat het spierversterkende DNA enkel in één lichaamsdeel werkt. Dus als het in de linkerarm wordt aangebracht, dan wordt deze supersterk en blijft de andere normaal. Het detecteren van de therapie is heel belangrijk. Niet alleen vanuit sportief oogpunt, maar ook met het oog op de gezondheid van de sporter. De ervaring leert dat de atleet het gevaar van de therapie vaak minder belangrijk acht dan zijn ambities. De test moet voor de Olympische Spelen van 2012 helemaal klaar zijn.
Bron: www.scientias.nl, Caroline Hoek, 10 september 2010, gebaseerd op Test to detect risky gene doping in athletes, News.discovery.com
Duur- én krachttraining voor diabetespatiënten
Combinatie van duur- en krachttraining is effectiever in het verbeteren van de insulinegevoeligheid en het verminderen van diabetesgerelateerde risicofactoren dan strikte duurtrainingsprogramma’s. Dat is de meest in het oog springende conclusie van Rozenberg en Praet in Sport en Geneeskunde. Ze geven bovendien adviezen over de frequentie en intensiteit, voor duur- en krachttraining. Diabetes type 2 (suikerziekte) komt veel en steeds vaker voor. De aandoening vergroot het risico op ernstige chronische complicaties. De overmatige energie-inname gaat vaak samen met een tekort aan bewegen. Bewegen stimuleert de stofwisseling en heeft een gunstige invloed op diabetesgeassocieerde pathologie en cardiovasculaire risicofactoren, zoals gewicht, bloeddruk, cholestorol en endotheeldysfunctie. Zowel kracht- als duurtraining zijn in staat het glycosyleerd hemoglobine (HbA1c) te verlagen, waarbij de combinatie de sterkste HbA1c-reductie tot gevolg heeft. Voor duurzaam langetermijneffecten is een toename van het energieverbruik van minimaal 1.000 kcal per week noodzakelijk.
Aangezien duurtraining het energieverbruik verhoogt, lijkt dit het aangewezen type inspanning. Aerobe inspanning verbetert de insulinegevoeligheid: bij gezonde atleten is inspaningsintensiteit een sterkere trainingsparameter dan duur en wordt hoogintensieve intervaltraining (HIT) veelvuldig toegepast. HIT bestaat uit drie tot vier intervallen in één tot drie sets van typisch 0,5 tot één minuut boven het omslagpunt met een herhalingspauze van twee tot drie maal de intervalduur. Hoewel door HIT ook het aeroob vermogen bij diabetes type 2-patiënten snel toeneemt, is het nog niet zeker of HIT effectiever is in de behandeling van diabetes type 2 dan continue aerobe trainingsvormen. Opmerkelijk genoeg heeft krachttraining vergelijkbare effecten op de insulinegevoeligheid als duurtraining. Een combinatie van duur- en kracht is daarom effectiever dan de afzonderlijke trainingsvormen.
Bron: Bewegingstherapie voor type 2-diabetes, R. Rozenberg, S.F.E. Praet, Sport & Geneeskunde 4, oktober 2010, 14-23.
Shin splintstherapie door Core-stability
De onderste extremiteiten geven bij lopers vaak problemen. Naast het compartimentsyndroom komt het mediale tibiale stress syndroom (shin spints) bij veel lopers voor. Het lijkt erop dat dit bestreden kan worden met core-stability. In Sportgericht worden de inhoud en resultaten van acht weken corestability training beschreven bij een 52-jarige hardloper. De auteurs concluderen dat de therapie positief uitpakte: de pijngewaarwording tijdens traplopen, wandelen en hardlopen verminderde. De pijnvrije hardloopafstand werd groter. Wel ervaarde de patiënt na anderhalve kilometer hardlopen nog steeds een zeurende pijn.
Bron: Core-stability training als therapie voor het mediale tibiale stress syndroom ('shin splints'), Bart Raaijmakers, Bas Honselaar, Jorrit Rehorst, Sportgericht 5, 2010, 31-37.
