Baanregels

Op trainingsavonden wordt intensief gebruik gemaakt van de baan; speerwerpen en discuswerpen op het middenveld, junioren die trainen op hoge snelheid in de binnenbaan en een loopgroep die bezig is met interval. En dat allemaal tegelijk op de baan. Om te zorgen dat iedereen veilig en zonder ongelukken zijn of haar nummer kan beoefenen is het van belang dat iedereen de onderstaande baanregels in acht neemt.

Uitgangspunten

  • Iedereen heeft recht op gebruik van de baan en niemand heeft het alleenrecht.
  • De vereniging vindt het belangrijk dat we topsporters krijgen en houden. Voor deze atleten is de juiste afstand belangrijker dan voor andere sporters.
  • Veiligheid voor alles.
  • Overleg bij aanvang van de training voorkomt frustratie.
  • Voor wedstrijdatleten (atleten met wedstrijdlicentie Atletiek Unie) is het lopen op de baan belangrijker dan voor niet wedstrijdatleten. Zij hebben dan ook voorrang t.o.v. de niet wedstrijdatleten.
  • Trainers regelen dat mankementen doorgegeven worden aan het jobteam e/o SAAZ.
  • De trainer controleert of na afloop van de training alle gebruikte attributen zijn opgeruimd en de baanverlichting is uitgedaan.
  • De trainers zorgen dat de baanregels bekend zijn bij hun atleten en zien toe op de naleving daarvan.

Regels

Gebruik van de baan:

  • 1e laan zo min mogelijk gebruiken (anders slijt deze te snel t.o.v. andere lanen)
  • 2e en 3e laan voor snelle lopers
  • 4e en 5e laan voor minder snelle lopers
  • 6e laan voor langzame lopers
  • Inlopen: buitenste lanen of, indien deze in gebruik zijn, buiten de baan over het gras.
  • Middenveld: alleen betreden als er niet geworpen wordt.
  • Op de baan tegen de richting inlopen is alleen toegestaan als er geen anderen gebruik maken van de baan.
  • De trainer is eindverantwoordelijk voor de veiligheid.